Einde tijdelijk dienstverband

De hoofdregel is dat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege (d.w.z. automatisch) eindigt zodra de overeengekomen duur is afgelopen.

In het hbo eindigt een -al dan niet verlengd- tijdelijk dienstverband van rechtswege als de afgesproken tijd is verstreken. Een tijdelijk dienstverband kan een vast dienstverband worden doordat er een keten van opeenvolgende dienstverbanden is. Artikel 7:668a Burgerlijk Wetboek bepaalt de opvolging van tijdelijke contracten.

De cao-hbo wijkt in enkele opzichten af van deze ‘ketenbepaling’ en stelt als hoofdregel dat binnen een periode van twee jaar maximaal drie arbeidsovereenkomsten overeengekomen mogen worden. Voorliggende uitzend- en detacheringscontracten tellen niet mee. Op de maximumduur en het maximumaantal contracten gelden uitzonderingen voor promovendi en voor onderwijsgevend personeel in het kunstonderwijs. Deze uitzonderingen worden nader uitgewerkt in artikel D5 (opvolgende arbeidsovereenkomsten) van de cao. Tevens kan eenmalig van de maximumduur worden afgeweken bij de functie van (associate) lector in schaal 14 of hoger (zie cao-hbo artikel D4, Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd). 


Aanzegplicht

U moet uw werknemer uiterlijk 1 maand vóórdat een tijdelijk dienstverband van rechtswege afloopt, schriftelijk laten weten of u het dienstverband wilt verlengen of niet. En bij wel verlengen: onder welke voorwaarden. Bijvoorbeeld de duur van de verlenging, en de vraag of de functie, werktijdfactor etc. al dan niet hetzelfde blijven.

Aanzeggen is niet nodig als:

  • het dienstverband is aangegaan voor korter dan 6 maanden, of
  • de einddatum van het dienstverband niet op een kalenderdatum is gesteld. Bijvoorbeeld voor de duur van de ziekte van een collega, voor de vervanging tijdens zwangerschaps- of bevallingsverlof of voor de duur van een project. Bent u in zo'n geval wel een uiterste einddatum overeengekomen, en wordt die gehaald? Dan moet u wel aanzeggen. 

Als u de aanzegging niet of te laat doet, heeft uw werknemer recht op een vergoeding van u. Bij niet aanzeggen is die vergoeding gelijk aan een maandsalaris, zonder toelagen. Bij te laat aanzeggen is de vergoeding gelijk aan het salaris over het evenredige deel van de maand dat u te laat bent met aanzeggen. De werknemer kan de vergoeding opeisen tot twee maanden na het einde van het dienstverband waarop de aanzegging betrekking had. Doet hij dat niet, dan hoeft u niet te betalen.

Einde tijdelijk dienstverband

De hoofdregel in het Burgerlijk Wetboek is dat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege (d.w.z. automatisch) eindigt zodra de overeengekomen duur is afgelopen. Een tijdelijk dienstverband kan vast worden doordat er een keten van opeenvolgende dienstverbanden is. De hoofdregel in de cao-hbo is dat  structureel werk wordt uitgevoerd op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur, of op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met uitzicht op vast (artikel D3). De duur van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met uitzicht op vast is maximaal twaalf maanden. Deze periode kan eenmaal worden verlengd met twaalf maanden als daar gegronde redenen voor zijn (onvoldoende functioneren of zwaarwegende bedrijfsmatige belangen, door de werkgever aan te tonen). 


Je kunt ook in dienst komen op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zonder uitzicht op vast. In die situatie zijn binnen een periode van twee jaar  maximaal drie tijdelijke arbeidsovereenkomsten mogelijk.  Er gelden hierop uitzonderingen voor promovendi en voor onderwijsgevend personeel in het kunstonderwijs. Deze uitzonderingen worden nader uitgewerkt in artikel D5 (opvolgende arbeidsovereenkomsten) van de cao. Tevens kan eenmalig van de maximumduur worden afgeweken bij de functie van (associate) lector in schaal 14 of hoger (artikel D4, Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd). 

Zit tussen de contracten een periode van zes maanden of langer, dan begint de telling opnieuw. Voorliggende uitzend- en detacheringscontracten tellen nu nog niet mee.  Na invoering van de Wet meer zekerheid flexwerkers (beoogde inwerkingtreding 1 januari 2028) is dit anders. Voorliggende uitzendcontracten en detacheringscontracten tellen vanaf dat moment wel mee.  Maar cao-partijen hebben dan nog wel de mogelijkheid af te spreken hoeveel voorliggende uitzend- en detacheringscontracten meetellen.


Aanzegverplichting

Hoewel een tijdelijk dienstverband van rechtswege eindigt, is de werkgever wel verplicht om zich te houden aan de aanzegverplichting. Dat wil zeggen dat hij je uiterlijk één maand voordat je dienstverband afloopt, schriftelijk moet laten weten of hij je wel of niet een verlenging aanbiedt. En bij wel verlengen welke voorwaarden (functie, inschaling, aantal uren per week en andere voorwaarden) dan zullen gelden.

Een werkgever die zich niet houdt aan deze aanzegverplichting, is de aanzegvergoeding aan je verschuldigd. Dat is een schadevergoeding van een maand loon als de werkgever volledig verzuimt de melding te doen voor het einde van het contract. Onder loon wordt het ‘kale’ maandloon verstaan, zonder vakantietoeslag of eindejaarsuitkering. 

Een werkgever die het te laat doorgeeft voor het einde van het contract, moet een vergoeding over de vertraging betalen. Is de werkgever bijvoorbeeld 9 dagen te laat met aanzeggen, dan moet hij een schadevergoeding betalen gelijk aan het loon naar rato over die maand (bijvoorbeeld 9/31 x het loon). De aanzegvergoeding is ook verschuldigd als de werkgever draalt met het geven van duidelijkheid maar uiteindelijk toch een verlenging aanbiedt. Of als je aansluitend een andere baan hebt en dus geen schade lijdt.

Je kunt de vergoeding tot twee maanden na het einde van het dienstverband waarop de aanzegging betrekking had, opeisen bij de kantonrechter. Doe je dat niet, dan hoeft de werkgever niet te betalen. 
.

In de volgende gevallen hoeft de werkgever geen aanzegging te doen: 

  • je dienstverband is korter dan 6 maanden, of 
  • het einde van je dienstverband is niet op een kalenderdatum gesteld. Bijvoorbeeld een contract voor de duur van de zieke van een collega, vervanging zwangerschaps- en bevallingsverlof of voor de duur van een project.