Arbeidsongeschiktheid
Arbeidsongeschiktheid
Tot 2004 voorzag de WAO (Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering) in een inkomen voor werknemers die langdurig arbeidsongeschikt werden. Wie na de wachttijd nog steeds niet in staat was om te werken, behoudt zijn WAO-uitkering, eventueel tot de pensioengerechtigde leeftijd.
De WAO is overgegaan in de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Is uw werknemer ziek geworden in of na 2004, dan komt hij na twee jaar in aanmerking voor een WIA-uitkering. Bij de uitvoering en toepassing van de WIA staan niet de beperkingen door ziekte of gebrek centraal, maar wordt er in plaats daarvan gekeken naar wat mensen nog wél kunnen.
In de WIA spreekt men niet van arbeidsongeschiktheid, maar van arbeidsgeschiktheid: de WIA beoogt activering van de arbeidsgeschiktheid. Tenzij de werknemer volledig én duurzaam arbeidsongeschikt is. In alle andere gevallen betekent arbeidsongeschikt in de zin van de wet WIA dan ook niet dat uw werknemer helemaal niet meer kan werken, maar dat hij door ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling minder kan verdienen dan toen hij of zij nog gezond was.
De WIA sluit nauw aan op de Wet verbetering poortwachter (Wvp) en de Wet verlenging loondoorbetalingsverplichting (VLZ). Deze wetten leggen een grote verantwoordelijkheid bij u als werkgever én bij uw werknemers, om langdurig ziekteverzuim en uiteindelijke instroom in de WIA te voorkomen. Eenmaal in de WIA wordt onderscheid gemaakt tussen gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid enerzijds en duurzame en volledige arbeidsongeschiktheid anderzijds. Is uw werknemer gedeeltelijk arbeidsgeschikt, dan heeft activering en verhoging van de arbeidsgeschiktheid prioriteit.
De WIA voorziet in instrumenten die re-integratie mogelijk moeten maken, en in financiële prikkels voor zowel werkgevers als werknemers.. De uitkering is dusdanig vormgegeven dat het voor uw werknemer altijd lonender is om te werken dan om een uitkering te ontvangen.
Is een van uw werknemers als gevolg van ziekte blijvend en volledig niet meer in staat om te werken, dan is er sprake van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid. Activering biedt in dat geval geen perspectief. Bij deze groep is alleen inkomensbescherming door de overheid aan de orde.
Uitgangspunt van de WIA:
Meer werken moet lonend zijn!
Arbeidsongeschiktheid
WIA is de uitkering die je na twee jaar krijgt als je door ziekte niet of minder kan werken. WIA staat voor: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
De WIA bestaat uit twee soorten uitkering, namelijk de WGA-uitkering en de IVA-uitkering.
- WGA staat voor: Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten. Je krijgt mogelijk WGA als je langer dan 2 jaar bent en in de toekomst nog zou kunnen werken.
- IVA staat voor: Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten. Je krijgt mogelijk IVA als je niet of nauwelijks kunt werken en er geen of een kleine kans is dat je herstelt.
Je vraagt de WIA-uitkering uiterlijk 11 weken voordat je (104 weken) twee jaar ziek bent aan, en je daardoor minder dan 65% van jouw oorspronkelijke loon kunt verdienen. Bij de WIA staan niet de beperkingen door ziekte of gebrek centraal, maar wat je nog wel kan.
WIA-beoordeling
De beoordeling of recht bestaat op een WIA-uitkering is in handen van de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige. De verzekeringsarts brengt de beperkingen in beeld op basis van de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De arbeidsdeskundige kijkt wat je nog zou kunnen verdienen met deze beperkingen. Hij kijkt dan naar alle in Nederland voorkomende functies. Deze beoordeling blijft achterwege als er geen benutbare mogelijkheden zijn.
60-plusregeling
De beoordeling van de verzekeringsarts blijft ook achterwege als de langdurige zieke werknemer 60 jaar op ouder is, de zogenoemde 60-plusregeling. Dit is een tijdelijke regeling waarop de arbeidsdeskundige je wijst bij de aanvraag van de WIA-uitkering. Op basis van deze regeling kent het UWV meestal een WIA/WGA-uitkering (80-100%) toe. Er vindt dus geen medische keuring door de verzekeringsarts plaats.