Voorwaarden WW-uitkering

Uw werknemer komt in aanmerking voor een WW-uitkering wanneer hij aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • Hij heeft minstens 5 arbeidsuren per week verloren, of minstens de helft van zijn uren
  • Hij is beschikbaar om arbeid te aanvaarden
  • Hij heeft in ten minste 26 van de laatste 36 weken gewerkt (26-wekeneis).
  • Er zijn geen uitsluitingsgronden van toepassing.

Als aan deze voorwaarden is voldaan, bestaat recht op een basisuitkering van drie maanden. Om ook ná een termijn van drie maanden recht te hebben op een WW-uitkering, moet uw werknemer voldoen aan de volgende voorwaarden:

Zowel bij de basisuitkering als bij de verlengde uitkering  moet hij zich aan de WW-verplichtingen houden.

Voorwaarden WW-uitkering

Om voor een WW-uitkering in aanmerking te komen, moet je aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • Je hebt minstens 5 arbeidsuren per week verloren, of minstens de helft van je uren
  • Je bent beschikbaar om arbeid te aanvaarden
  • Je hebt in minstens 26 van de laatste 36 weken gewerkt (26-wekeneis)
    • Hierbij hoeft het niet om volledige werkweken te gaan: één gewerkt uur per week is voldoende. Ook weken gewerkt bij een andere werkgever tellen mee. Behalve de werkelijk gewerkte weken tellen ook alle weken mee waarin je niet hebt gewerkt, maar waarover je wel loon hebt gekregen. Heb je wegens ziekte een hele kalenderweek niet kunnen werken? Dan telt die week niet mee. In dat geval wordt de periode van 36 weken verlengd met het aantal ziekteweken. Zodoende kun je ook als je langdurig ziek bent geweest aan de 26-wekeneis voldoen. Deze ‘voorverlenging’ vindt ook plaats als de je onbetaald verlof genoot of met zwangerschaps- of bevallingsverlof was.
    • De volgende gewerkte weken tellen niet mee: weken gelegen vóór het ontstaan van een eerder recht op WW. Voor elk nieuw WW-recht moet je dus weer 26 weken gewerkt hebben. Er zijn bijzondere regels voor die gevallen waarin je in eerste instantie naast de WW gedeeltelijk blijft werken en binnen 26 weken daarna meer uren verliest.
  • Er zijn geen uitsluitingsgronden van toepassing
    • je hebt andere uitkeringen, zoals ZW, WAZO, WIA/IVA,WIA-loongerelateerde WGA;
    • je woont of verblijft buiten Nederland. Er zijn echter Europese regels waardoor bijvoorbeeld grensarbeiders soms wel recht op WW hebben;
    • je verblijft niet rechtmatig in Nederland of je mag niet in Nederland werken ("illegale" vreemdelingen);
    • je vrijheid is je ontnomen (detentie, gedwongen psychiatrische opname);
    • je bent werkloos als gevolg van staking. Is er een vergunning tot arbeidstijdverkorting afgegeven? Dan is WW wel mogelijk;
    • te lange vakantie. Je mag, met behoud van uitkering, 4 weken per kalenderjaar op vakantie. Ga je langer? Dan geldt een uitsluitingsgrond zodra de vakantiedagen op zijn.
    • Samenloop van WW met WAO naar 80-100% arbeidsongeschiktheid, IVA of loongerelateerde WGA is soms toch mogelijk. Bijvoorbeeld als je 80-100% arbeidsongeschikt bent, toch nog gedeeltelijk werkt en deze baan verliest. Of als je tijdens je loongerelateerde WGA-uitkering werkt en deze baan kwijtraakt.
    • Fictieve opzegtermijn:
      • Een belangrijke uitsluitingsgrond is de fictieve opzegtermijn. Ga je uit dienst met een beeindigingsovereenkomst (vaststellingsovereenkomst) dan moet tussen het tekenen van deze overeenkomst en het einde van je dienstverband een periode zitten die minstens even lang is als de opzegtermijn die voor de werkgever geldt. Simpel gezegd: je werkgever moet ook bij een vso de opzegtermijn in acht nemen. Doet hij dit niet, dan krijg jij over die periode geen uitkering. 

Als aan deze voorwaarden is voldaan, bestaat recht op een basisuitkering van drie maanden. Om ook ná een termijn van drie maanden recht te hebben op een WW-uitkering, moet je in 4 van de laatste 5 kalenderjaren vóór het jaar waarin de werkloosheid intreedt, gewerkt hebben (4-uit-5-jareneis). Bij een werknemer die in 2027 werkloos wordt, is dit dus de periode van 2022 tot en met 2026. Een jaar telt meer als je in dat jaar ten minste 208 uur loon hebt ontvangen. Heb je een kind tot 5 jaar verzorgd waarvoor je kinderbijslag ontvangt of mantelzorg verricht op grond van een pgb, dan tellen die jaren voor de helft mee.  Zowel bij de basisuitkering als bij de verlengde uitkering moet je je aan de WW-verplichtingen houden.